Moeder Marieke is dolblij dat haar dochter Joyce in het bezit is van het paardengen en begonnen is met ponyrijden. Joyce kan leuk meekomen in de manegeles en moeder Marieke is al druk bezig met het uitstippelen van de paardencarrière van dochter Joyce. Moeder Marieke staat te trappelen om met haar dochter naar de ponywedstrijden te gaan. Om dochterlief een goede start te geven is een goede pony van groot belang.

Marieke haar oog valt op een pony genaamd Bikkel die al op hoog niveau in de dressuursport heeft gelopen. Met zo’n goede pony is het voor haar dochter mogelijk om straks de prijzen binnen te gaan slepen.

Tijdens de proefrit is pony Bikkel braaf en dochter Joyce kan er vrij eenvoudig een B proefje mee rijden. Verkoopster Lieke geeft duidelijk aan dat het een sportpony is die altijd op hoog niveau is gereden, dat een goede begeleiding belangrijk is en dat de pony aan het werk moet worden gehouden. Moeder Marieke ziet het helemaal zitten en geeft aan dat het dochter Joyce niet aan les zal gaan ontbreken en dat pony Bikkel ook ingezet zal gaan worden voor de sport. Marieke en Lieke worden het eens over de prijs en pony Bikkel gaat mee naar zijn nieuwe stal.

Nadat dochter Joyce de pony thuis een aantal maal heeft gereden, ontstaan de problemen. Pony Bikkel begint wat te veel eigen initiatief te tonen en dochter Joyce kan hem niet goed aan. De pony begint na verloop van tijd steeds meer de overhand te krijgen waardoor dochter Joyce niet meer normaal op hem kan rijden zonder angst. Moeder Marieke is hevig teleurgesteld. Zo had zij de start van de wedstrijdcarrière van haar dochter niet voorgesteld.

Moeder Marieke kaart bij Lieke aan dat de pony totaal niet geschikt is voor kinderen. Hij neemt de overhand en is daardoor niet normaal meer te rijden. Haar dochter zit met angst op de pony. Zij verzoekt Lieke daarom om de pony terug te nemen. Lieke is echter van mening dat de pony een geweldige sportpony is. Hij is jarenlang uitgebracht op hoog niveau door verschillende kinderen en ze peinst er niet over om de koop terug te draaien.

Enkele weken later heeft Lieke de deurwaarder op de stoep staan. Marieke is een gerechtelijke procedure bij de rechtbank gestart.

Tegenover de rechter ontstaat de discussie of pony Bikkel moet worden teruggenomen. Moeder Marieke geeft aan dat de pony niet geschikt is voor kinderen. Lieke stelt echter dat de pony verkocht is als een sportpony en dat hij dit altijd goed heeft gedaan. Het eventueel niet goed overweg kunnen met de pony ligt aan de rijkwaliteiten van dochterlief maar niet aan de pony. De rechter staat voor een dilemma: Wie moet hij gelijk geven?

Om te beoordelen of er sprake is van een gebrek moet eerst gekeken worden wat de gemaakte afspraken zijn. Wat is de overeenkomst? Hoe wordt het paard aangeboden en waarvoor wordt het paard aangekocht? Hetgeen iemand met het paard wil gaan doen of waarvoor het paard wordt aangeboden, wordt het gebruiksdoel genoemd. Een paard is een paard, maar een ieder in de paarden weet dat het ene paard het andere niet is. Een recreatiepaard roept veelal een ander beeld op dan een Grand Prix paard. Ze hebben allebei vier benen en kunnen gereden worden, maar zijn ook totaal verschillend en men verwacht ook iets anders van deze paarden.

Een gebrek is pas juridisch een gebrek als het gebrek van invloed is op het gebruiksdoel. Kreupelheid bij een sportpaard is dus een juridisch gebrek. Doordat het paard kreupel is, kan het paard minder goed gereden worden. Een recreatiepaard dat geschikt is voor buitenritten hoort verkeersmak te zijn want anders wordt het lastig buitenrijden. Een dressuurpaard moet nageeflijk kunnen lopen, terwijl dit voor een recreatiepaard minder van belang zal zijn. Een fokmerrie moet vruchtbaar zijn, terwijl dit voor een rijpaard niet van belang is. Niet iedere ‘afwijking’ of ‘minpuntje’ is dus een juridisch gebrek. Er moet gekeken worden of de afwijking invloed heeft op het beoogde gebruik. Als dit het geval is wordt er pas van een gebrek gesproken. Zowel voor de koper als verkoper van een paard is het dus belangrijk om duidelijk aan te geven wat het gebruiksdoel is. Het gebruiksdoel zal bepalen waar het paard aan moet voldoen.

Behoudens algemene aanprijzingen is hetgeen een verkoper over het paard aangeeft ook bepalend of er sprake is van een gebrek. Als de verkoper van een sportpaard bijvoorbeeld aangeeft dat het paard ook verkeersmak is, dan moet het paard ook verkeersmak zijn ook al is dit niet van belang voor zijn gebruik als sportpaard. Vanwege de mededeling van de verkoper mag de koper dan verwachten dat het paard verkeersmak is.

Door de doelomschrijving van de verkoper weet je als koper wat voor een paard wordt aangeboden: dressuurpaard, manegepaard, paard voor Grand Prix, amateurpaard, leerpony, sportpony op hoog niveau, recreatiepaard, fokmerrie, weidemaatje. Allemaal stuk voor stuk paarden, maar totaal verschillend waarvoor ze geschikt zijn. Door dit te omschrijven weet de potentiële koper of het paard in kwestie geschikt is voor het beoogde gebruiksdoel. De koper moet ook aangeven wat zijn of haar gebruiksdoel is, zodat de verkoper ook aan kan geven of het paard of de pony daar bij zal passen.

In het voorbeeld zoals hiervoor omschreven staat de rechter dus voor de vraag of het gedrag van de pony een gebrek was. Moeder Marieke stelde van wel. Een pony moet geschikt zijn om door een kind te worden gereden en mag het getoonde gedrag niet vertonen. Doet de pony dat wel, dan is de pony ongeschikt en voldoet deze niet aan de overeenkomst. Lieke stelt echter dat ze de pony in de advertentie als een sportpony voor hoog niveau heeft aangeprezen en tijdens de bezichtiging ook duidelijk heeft aangegeven dat het echt een sportpony was die je aan het werk moest houden en dat er een goede begeleiding moest komen. Moeder Marieke kon aldus volgens haar een pittige pony met karakter verwachten. De pony was immers ook niet als ‘lieve kinderpony’ of als ‘leerpony’ aangeboden.

De rechter was van mening dat gelet op de advertentie en de mededelingen van de verkoper moeder Marieke een pony met pit kon verwachten en het geen pony hoefde te zijn die zo braaf was dat ieder kind er op kon rijden. Het pittige karakter was aldus geen gebrek volgens de rechter. Vervolgens kwam de vraag om de hoek kijken of het gedrag van de pony als ‘pittig’ had te gelden of dat er sprake was van een pony die niet braaf was en zo ja of dit ook al voor de aankoop aanwezig was.

N.B.: De casus en de juridische materie is voor de begrijpelijkheid en leesbaarheid van het artikel sterk vereenvoudigd. De juridische materie in dit artikel is slechts beknopt besproken en is aldus niet volledig. De uitkomst zal per geval verschillen. U kunt daarom ook geen rechten aan bovenstaand artikel ontlenen. Raadpleeg bij juridische problemen een specialist.

Geschreven door: advocaat Femke de Reus

Advocaat Femke de Reus is als hippisch recht specialist werkzaam bij Reus Advocatuur te Assen.

Mocht u zelf met een juridisch (hippisch) probleem te maken hebben, schroom dan niet om contact op te nemen met de advocaat via:

0592- 269 881 of contact@reusadvocatuur.nl

Bent u benieuwd naar wat Reus Advocatuur voor u kan beteken? Lees dan verder op onze speciale pagina over Koop en verkoop. Of maak een afspraak voor ons gratis spreekuur!